Start 12 July 2006 te Uddevalla
Einde (dwz: aankomst NL) 28 July 2006 te Vlieland





Zomer 2006 is onze eerste kennismaking onze Hallberg Rassy 45, Camelot. We halen het schip op in Uddevalla (75 km boven Göteborg) in Zweden en zijn meteen onder de indruk van de ruimte, grootte en schoonheid van het schip.

Na een rustige dag waarin we de boot verkennen en het vakantiegevoel op ons in laten werken, zeilen we op ons gemak richting Ellös, waar we een nachtje verblijven. In Ellös is de Hallberg Rassy werf gevestigd, waar onze nummer 5 is gebouwd. Hier vullen we de watertanks, waar maar liefst 1000 liter ingaan. We hebben een kleine drie weken in Zweden en Noorwegen voor de boeg (van de 1000 liter gebruiken we met z’n vijven (twee volwassenen, drie jongens van 13, 11 en 8 jaar) in tweeënhalve week de helft, inclusief douchen).








Zeilend van ankerplek naar ankerplek genieten we van het landschap. De ene keer zijn dat eenzame witgeverfde, houten huizen op gigantische rotspartijen die schitteren in het zonlicht. Op andere momenten varen we door waterwegen waar we talloze roodbruine huizen met witte daklijsten en rode dakpannen passeren. Met hun houten terrassen en bootjes aan het water ziet het er bijzonder idyllisch uit.




We hebben alles bij de hand: water, meel om ons eigen brood te bakken, drinken, eten en lekkers, zwembroeken, snorkels en flippers en vullen onze dagen met lezen, schelpen en krabben zoeken, zwemmen, zonnen en lezen. Het weer is goed met temperaturen van plusminus 25 graden en een watertemperatuur van altijd boven de 20. De wind is meestal zacht (windkracht 3 of 4).

We doen eilandjes aan en liggen in baaien. De tweede dag vinden we al een super ankerplek in Bassholmen. Dit eilandje van een paar km2 ligt in een natuurgebied, het is er rustig en ongelooflijk mooi. Op het eiland is een oud
botenmuseum gevestigd met een unieke hoeveelheid houten open boten, die liggen in een honderden jaren oude haventje waar - aan de houten gebouwen te zien - ooit een werf in bedrijf is geweest. Zeer de moeite waard. We liggen naast een gezin met twee kleine kinderen op een klassieke Zweedse kustkruiser van zeven meter. De kruiser is een ontwerp van Olle Enderlein, dezelfde ontwerper als onze oude HR 38.

De fjorden, scheren zoals de Zweden ze noemen, zijn mooie plekken om te ankeren. Omgeven door rotsen waait het er veel minder hard dan op zee. Het is er goed zwemmen en als we de kans krijgen, klauteren we op het land om over de rotsen te lopen. Een enkele keer maken we een
wandeling door het bosrijke achterland. Na Bassholmen vervolgen we ons weg langs de Zweedse kust naar boven. We doen boodschappen in Fiskebackskill, een haven die ons is aangeraden vanwege het fraaie karakter. En dat is waar: voordat je de haven binnengaat, zie je links en rechts fantastische houten zomerhuisjes aan het water waar de Zweedse bevolking zwemt en plezier maakt.

Verder is de haven goed aan te lopen, is er een vriendelijke havenmeester, een grote, goede watersportwinkel, zijn er technische onderhoudsfaciliteiten en is er een supermarkt op 1 kilometer afstand lopen. Een echte aanrader dus, en ook gezien de ligging bij zee een prima aanloophaven voor het gebied. Hier wordt, naast proviand, een ketting-voorloop aangeschaft voor het zware opvouwbare vissermansanker dat we uit Nederland hebben meegenomen. Maar omdat we liever niet in havens liggen, zeilen we snel weer verder.
Onderweg valt de 12V accu uit en in het drukke, toeristische Smögen, waar we naast een partyboot aanleggen, schaffen we accus en accukabel aan om in een wat rustiger omgeving te klussen. In minder dan anderhalf uur zijn we weer op weg om even buiten Smögen in een scheer in het eiland Buskär de nieuwe ankerketting uit te proberen. Ook hier weer niets dan rotsen en water om ons heen. Met de nieuwe kettingvoorloop aan de visserman voelen we ons erg zeker, en ankeren met een gerust hart in een kanaaltje dat dwars door het eiland loopt. Het open water ligt om de hoek, een perfecte springplank voor de oversteek naar Noorwegen. Op ons gemak vervangen we de accu’s van het 12V systeem. De oude accu laadde niet goed meer bij (gesulfateerd), waardoor de seatalk apparatuur de geest gaf, inclusief de computer van de stuurautomaat. De stuurautomaat zelf (de motor die het kwadrant bedient) krijgt stroom van het 24V systeem, maar zonder computer weet deze het ook niet meer. Omdat dit de eerste keer is dat er geklust wordt, is het even uitzoeken, maar het weer is goed, de kinderen hebben het naar de zin en we hebben geen haast. Ook leggen we vast wat zeilen aan dek voor de oversteek naar Noorwegen en halen de kaarten op de navigatietafel.






Na een week Zweden steken we de 70 mijl over naar Noorwegen om ‘s avonds beschutting te vinden in de haven van Risör. Hier vieren we de volgende morgen Jippe zijn dertiende verjaardag. In de haven kijken we onze ogen uit: het ene schip - in Noorwegen zijn het vooral motorboten - is nog groter, sneller en oogt nog flitsender dan het andere. De volgende dag varen we vroeg uit om ‘natuur’lijk Noorwegen te verkennen, een haven hebben we niet nodig, eten hebben we genoeg en douchen aan dek is prettiger dan in de haven. We ankeren in Lyngör, een schilderachtig plaatsje en aangemerkt als cultureel erfgoed van Unesco. Hier varen de mensen met hun eigen bijbootje naar het café en de buurtwinkel op dezelfde manier waarop de Nederlander op de fiets springt! Ook
Jippe en Merlijn varen veel met de dinghy. Gedurende de hele vakantie smeden ze plannen om geld te sparen voor een 4pk motor, want de 2pk heeft definitief afgedaan. Dat is toch al te lullig, vinden ze. De bootjes die voorbijkomen hebben allemaal minstens 4 pk. (Op marktplaats wordt later in de herfst een tweedehands, lichtgewicht 3,5 pk gevonden).

Enkele dagen later gaan we langs Ahrendal zuidwaarts de kust af. In Ahrendal ankeren we nog een paar uur buitengaats in 20 meter diep water. We maken hier de jaarlijkse formule 1 Offshore powerbootraces mee die om de vuurtoren wordt gehouden. Spectaculair. Boven de snelle boten vliegen helikopters mee.

In de haven van Grimstad blijven we 1 nacht liggen omdat hier de beroemde Noorse toneelschrijver Hendrik Ibsen heeft
gewoond. We bewonderen de apotheek waar hij in zijn jonge jaren werkzaam was. We tanken hier de felbegeerde rode diesel bij een oud visserschip. Achteraf blijkt het ruwe stookolie kwaliteit. Wonderwel loopt de motor er goed op. Het flesje wijn van de goedlachse eigenaar maakt veel goed. Tja, onze boot heeft dan ook een flinke tank.

In Lillesand ankeren we twee dagen op een perfecte plek waar nog zo’n tien zeilboten geankerd liggen. Daarmee is de baai aardig vol. Ook hier weer rust, rotsen en zwemwater. We liggen op zo’n tien meter van land en varen met de dinghy naar de wal om op een bergtop de weerberichten te ontvangen. Lillesand is ook wederom een aanrader. Meteen na het buitenste vuurtorentje bakboord aanhouden, en een droom ankerplek is de uwe! Ook voor de kids een aanrader, vanwege de ondieptes waar volop gesnorkeld kan worden. We willen graag langer blijven, maar het weer is te goed om er niet van te profiteren en we besluiten om over te steken. Wederom wordt de boot klaar gemaakt voor de oversteek, de tocht-planning uitgeschreven, inclusief uitwijk havens en aanpak van de oversteek (oostelijk om de Jutland bank, door naar Vlieland of den Helder). Kaarten en almanakken worden klaargelegd, waypoints ingevoerd en de computer gechecked.



Vanaf Lillesand maken we de oversteek naar Nederland. Veel mensen gaan nog een stukje zuidelijker langs de kust, en vertrekken vanaf de haven in Kristiansand naar Nederland. Omdat we geen eten hoeven in te slaan, is dat voor ons niet nodig. De noordooster 5 help ook bij de besuitvorming: een dergelijke wind laten we niet lopen!

De oversteek van Noorwegen naar Nederland (330 mijl) duurt twee nachten. We vertrekken dinsdags om 11 uur in de ochtend om donderdag om vier uur in Vlieland aan te komen. De Camelot wordt de eerste dag vergezeld door Excalibur, een 38-voet northern comfort. Wie bedenkt dat Camelot het kasteel van King Arthur was en Excalibur zijn betoverde zwaard realiseert zich dat we dit als een goed voorteken beschouwen. Spannend is het moment wanneer we heel plotseling een dikke mist binnenvaren, een echt mist-front. Het is de eerste avond net voor etenstijd. De radar bewijst goede dienst. Jippe en Sjoerd zien de eerste nacht rond half vijf drie bultruggen. Tja, wachtlopen is niet alleen maar saai! Bovendien zijn de twee nachten zo helder dat Grote Beer, en meer sterrenbeelden, goed zijn te waar te nemen.



De aankomst in Vlieland is de afsluiting van het avontuur, maar ook wederom kennismaken met vertrouwde Nederlandse zaken. We laten ons de pannekoeken in het dorp goed smaken, nemen een borrel en gaan vroeg te kooi. De volgende ochtend horen we dat de hitte-periode ten einde loopt. We hebben een fantastische tocht gehad.