De kust van Portugal

Van Bayona naar Porto

We hebben onze zinnen gezet op Porto, aan de Douro gelegen en enkele mijlen ten zuiden van de kust. Leixos een grote vieze zeehaven slaan we graag over. Je kunt daarvandaan weliswaar prima met de bus of trein naar Porto , maar dat is niet wat we willen  We varen over een bladstille zee, als een spiegel. Saarom kunnen we de dolfijnen goed zien. Uiteindelijk varen we de gehele dag op de motor. ’s Morgens vroeg in het donker vertrokken. In de middag komen we in Porto aan. Ons hart klopt sneller. Werkschepen voeren er allemaal rond. Er werd een caisson afgezonken voor de nieuwe noordpier. We kunnen echter zonder problemen naar binnen en even later liggen we aan de kademuur met uitzicht op de beroemde brug.

Porto is genieten. Dat komt vooral omdat we middenin de oude stad liggen en het gevoel hebben deel uit te maken van het dagelijks Portugese leven. We hebben zicht op de oude ijzeren boogbrug, ontworpen door Eiffel, waar jongens en meisjes met gevaar voor eigen leven van af springen, zo de Rio Douro in. Bovendien liggen we in de levendige volkswijk Ribeira en is er maar een korte wandeling nodig om allerlei mooie monumenten, kerken en gebouwen te bewonderen. In de paar dagen dat wij in Oporto liggen, komt een katholieke processie langs onze boot en tonen lokale dansverenigingen, equivalenten van volksdansgroepjes in Nederland, hun kunne op de kade pal naast onze boot. Het is er levendig en bruisend en toch hebben we ons eigen plekje. En zoals wij Porto verkennen, zijn wij net zo goed het bekijken waard! Of er nu wordt geapekooid in de hangmatten, of dat we de potdeksel van de Camelot schuren: heel vaak staan groepjes mensen op de kade te kijken naar de drie Nederlandse schepen op rij.

Natuurlijk, geen Porto zonder port. Dagelijks, zo halverwege de middag, proberen we een nieuwe fles uit. Met jaargenoten Caroline, Harry en Wouter van de buurtboten Loesje en Callista proeft Sjoerd een port uit 1960. Meer dan lekker en heel bijzonder! Jippe en Merlijn vermaken zich meer dan met bootkinderen van Loesje en Callista. Max fietst er een beetje tussendoor en heeft het ook aardig naar zijn zin. Af en toe klimt hij zelf de kade op om zijn benen te strekken. Het ‘verplichte’ portproeven is een klein feestje. Wij kiezen het huis Calem uit. De port wordt in het binnenland gemaakt. De wijnkelders in Porto zijn opgezet voor de toeristen, maar het is leuk om te zien en te horen hoe port wordt gemaakt. Onze port kopen we in een van de vele wijnwinkels in het centrum: veel goedkoper en net zo lekker.

Porto is bijzonder leuk, maar ook vermoeiend. Na een paar dagen Porto besluiten we verder te gaan richting het zuiden. We stoppen kort in Figueira da Foz om de oude universiteitstad Coimbra te bezichtigen. Hoewel we de drie kids maar met moeite meekrijgen, hebben we uiteindelijk wel een gezellige middag. In Peniche verblijven we maar liefst drie nachten: om bij te tanken en de middeleeuwse stad Obidos te bezoeken. Deze ommuurde stad is nog vrijwel volledig in tact. We lopen met de Loesjebemanning op de muren en hebben een fantastisch uitzicht. Aan de ene kant het rauwe, dorre Portugese platteland en aan de andere kant de witte huisjes met karakteristieke rode daken van Obidos, een geschenk van een middeleeuwse ridder aan zijn echtgenote van wie bekend is dat ze veel in dit dorpje verbleef omdat ze het er zo aangenaam vond. We genieten allemaal. De tweede dag in Peniche, een soort schiereilandje aan de westkust, wandelen we langs een oude burcht, onder dictator Salazar een beruchte gevangenis en met EU-gelden flink opgelapt. In de koude wind genieten Max, Merlijn en Jippe met hun surfboarden nog even van het Atlantische water.

Ongeveer 70 mijl naar Figueira da Foz, zeildag

Grote haven, inchecken en douanefaciliteiten is in een. Voor onze relatief grote schepen is weinig ruimte, maar we liggen weer eens in een haven: tanken de watertanks vol en doen een was voor zevenenhalve euro., er is een wasmachine beschikbaar.

Groente en fruitmarkt is tegenover de haven, met op het hoekje een bakkertje. We hebben alles wat we willen tot onze beschikking. Ten noorden van de haven is een rustig strand, dat we links laten liggen, we rommelen veel op en aan de boot.  De volgende dag gaan we met een super met airconditioning trein naar het oude universiteitsstadje Coimbra, we beklimmen in de hitte de nauwe straatjes van de universiteit. De uitzichten zijn fraai.

Het schiereiland Peniche heeft een grote vissershaven die naast de enorme vesting ligt. De vesting is de beruchte gevangenis voor politiek vervolgden tijdens het regiem Salazar. De rots kent veel rotsen en grotten, niet echt aantrekkelijk om te zwemmen. Een kwartiertje van de haven vind je een schitterend klein strandje waar de jongens uitgelaten verkoeling zoeken. Vanuit Peniche is het een uurtje met de bus naar het ommuurde stadje Obidos. Door de hoofdpoort met prachtig witblauwe mozaïeken loop je het sprookjesachtige stadje binnen. Natuurlijk omgeven van de toeristen, net als wij, maar we wandelen jolig over de onbeveiligde omloop van de stadsmuur en kijken uit over wijngaarden en windmolens. Vijfhonderd jaar geleden was dat wel anders: toen was de stad omringd door de zee en lagen de schepen bij het stadje voor anker.  Aan een steiger waar we veel Nederlandse vertrekkers tegenkomen. Je kunt hier overigens ook goed ankeren

Een mooie zeildag naar Lissabon. We liggen in de vierde haven, Doca de Alcantara Marina, de meest noordelijke haven onder de bereoemde brug over de Taag. Net na het enorm hoge christusbeeld. Weinig faciliteiten, vriendelijke mensen. De eerste avond in de hoofdstad van Portugal is onvergetelijk. In een rustiek fadolokaaltje, waar de stad zo rijk aan is, genieten zes Hollandse volwassenen van fadomuziek. Sjoerd verpandt zijn hart aan een zeventienjarige fadozangeres in spe: let op, jullie horen nog van haar! In de haven signaleren we de eerste kakkerlakken. Onmiddellijk treedt het anti-ongedierteprotocol (mooi woord voor letterspel!) in werking. Dat houdt in dat vanaf nu de schoenen uitgaan als we het dek van de boot betreden.

27 september
Een kleine week later verlaten we Lissabon. Hoewel Lissabon, net als Porto, een bijzonder mooie stad is, is het voor de jongens wat minder aansprekend. Voor hen telt: ankeren en lekker kunnen zwemmen. We ondernemen de laatste etappe naar de Algarve en zeilen een nachtje door onder een mooi Noorderwindje. Maar niet nadat we noodgedwongen een nacht overnachten in een haven net voor Lissabon. We zijn de Taag (Tego) namelijk nog niet af of de GPS en andere apparaten begeven het. Na een dagje intensief sleutelen weet Sjoerd deze weer te repareren. De dieptemeter en enkele andere minder belangrijke meters doen het niet meer, maar de automatische stuurinrichting wel en dat laatste stemt ons erg blij. Permanent met de hand sturen, zou een flinke domper betekenen op de gezinsmoraal. Het scheepsvrouwtje doet ondertussen allerlei wasjes en de scheepskinderen zwemmen in een nabijgelegen zwembad dat onderdeel is van een luxe resort. Het toegangspoortje wordt voor hen door een man in uniform geopend en ze hebben het zwembad bijna helemaal voor zich alleen. En last but nog least: de watermaker doet het. In Lissabon heeft Sjoerd zich intensief gestort op de laatste fase van het inbouwen van dit ding en met resultaat! Hoewel de jongens fleswater als ‘plas van God’ hebben bestempeld, is eigen gezuiverd water toch ook wel erg lekker. We hopen hier straks met name in de Kaapverden en Suriname veel plezier van te hebben.

Laatste weekend van september:  Algarve bereikt!
Inmiddels Cabo de Sao Vicente gerond! Wat vroeger het einde van de wereld was, is in de 21ste eeuw nog steeds een mooi stuk natuur. We ankeren s'ochtends een paar uur in de baleeira baai, zodat de kinderen in alle rust school kunnen doen, we liggen dichtbij het strand onder het sagres fort waar hendrik de zeevaarder zijn paleis en school had. Vanmiddag hebben we bij Lagos voor anker gelegen voor de rotsen, en nu liggen we in een vissershaven in Lagos. Het lukt ons om een nacht in de vissershaven te liggen, maar daar worden we door een vriendelijke visser, die voor de zekerheid twee maten bij zich heeft, weggestuurd. Toch maar naar de haven. We blijven liggen voor de bezoekerssteiger tegen een gereduceerd tarief.. We verwachten een zuidwesten wind, wat het ankeren hier bemoeilijkt. We willen een paar dagen uitrusten om daarna de overtocht naar Madeira te ondernemen. De jachthaven van Lags is duur en druk, we besluiten om verder in de baai een plakje te zoeken.

We gaan richting haven van portimao, hier gooien we de tanks vol met diesel. Portimao zelf is een ware toeristenstad uit de grond gestampt langs mooi strand., : met bijbootje van ankerplaats voor Ferragudo steken we de rivier over naar haven van Portimao, om te internetten voor een van de hotels. Het oude stadje is aardig. Ferragudo is een leuk klein plaatsje, waar een rustig strand is, klein, met kasteel. We liggen ten oosten van de rivier, en gaan met bijbootje naar vissershavan Ferragudo. Hier is de sfeer minder leuk, lopend langs de afvalbergen en de zwerfhonden bekruipt ons een onbehaaglijk gevoel. We lopen stug door en komen na een kilometer bij de Liddl en slaan alvast eten in met het oog op de oversteek naar Madeira.

Vervolgens varen we naar de lagune van Culatra, veel ooievaars, we ankeren hier best aardig. Om het kwartier vliegen de vliegtuigen laag voorbij,  Culatra wordt wel Portugees vlieland genoemd, veel vogels, laag en veel strand. Na een prachtige wandeling, duinachtig, komen we bij water terecht. Soort waternomaden hebvben hier hu n stek gevonden. Culatra houdt het midden tussen oude hippiegemeenschap en sloppenwijk. Er is een winkeltje waar we brood kunnen kopen.

Onze laatste stop is Olhao. We ankeren hier voor de havenkom, havenplaats onder de rook van Faro. Leuk plaatsje, chinees eten. Voor haven veel restaurantjes en cafeetjes, voor haven mercado municipal (net als figeura da foz)
Comments